Om Nederland klaar te maken voor de Olympische Spelen (zoals door het creëren van een topsportklimaat en het aanpassen van de infrastructuur), moet worden geïnvesteerd. De hoogte van deze investeringen hangt voor een groot deel af van de bestaande accommodaties en de infrastructuur die in de jaren vooraf al is gerealiseerd. De kosten voor de organisatie van het sportevenement zelf, worden gedekt door inkomsten uit ticketverkoop (25%), licensing (25%) en een bijdrage van het IOC (50%). Die kosten blijken over de laatste Spelen genomen redelijk stabiel te zijn; zo'n 2,5 miljard dollar.
Het tussenrapport van fase 1 van het Olympisch Plan 2028 benoemd zes bouwstenen die de kandidatuur moeten dragen en beschrijft de activiteiten die nodig zijn om de bouwsteen voldoende sterk te maken. De jaarlijkse investering voor deze versterking in de periode 2009 – 2016 lopen uiteen van € 250 tot € 900 miljoen.
Daarnaast zijn er ook opbrengsten. De jaarlijkse baten van deze versterkingen worden voor de periode 2009 – 2016 geschat op € 400 tot € 950 miljoen per jaar. Vaak gaat het dan om immateriële baten zoals minder ziekteverzuim, levensduurverlenging, of een verbetering van de sociale cohesie. Het schetsplan geeft aan dat het moeilijk is om de investeringskosten van de afgelopen Spelen met elkaar te vergelijken en op basis daarvan een inschatting te geven voor de Nederlandse kosten.
De omvang van de investeringen in het faciliteren van Olympische Spelen is erg afhankelijk van de mate waarin de bestaande infrastructuur en het milieu op orde zijn. Idealiter beïnvloeden de Olympische Spelen vooral het moment van investeren, niet zozeer de omvang ervan. Investeringen in sportaccommodaties en vastgoed verdienen zichzelf terug als ze via de markt kunnen worden geëxploiteerd of afgezet.







